Plan van Vogelaar is onrealistisch

Minister Vogelaar heeft de uitwerkingen die de corporaties hebben gepresenteerd van het akkoord over investeringen in de veertig aandachtswijken terzijde geschoven. De minister wil diezelfde corporaties daarom nog dit jaar een heffing van 75 miljoen euro opleggen via het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV). Ze wil volgend jaar een heffingswet invoeren en wil, zo schrijft zij op 14 februari 2008 aan de Tweede Kamer, gebruik maken van de projectsteun van het CFV. Op de aanvragen voor projectsteun van de corporaties in de betreffende aandachtswijken zal volgens de minister geen CFV-toetsing op nut en noodzaak plaatsvinden.

Het voornemen van de minister sluit niet aan bij bestaande wet- en regelgeving. Niet de minister maar het CFV bepaalt de bijdrage van corporaties, zij het dat de minister daarmee moet instemmen. De begroting over 2008 is al opgesteld. Het CFV houdt weliswaar een slag om de arm en geeft aan dat het de begroting mogelijk zal herzien in verband met een eventuele projectsteunheffing, maar het is de vraag hoe zich dat verhoudt met de wettelijke verplichting om de begroting uiterlijk 1 november van het voorafgaande jaar op te stellen.

Belangrijker is dat de heffing niet zo maar kan worden gebruikt op de door de minister beoogde wijze. Ook hier geldt dat niet de minister maar het CFV de projectsubsidies verstrekt. En dat CFV dient aanvragen wel degelijk te toetsen op nut en noodzaak. Het fonds dient te toetsen aan het belang van de volkshuisvesting (‘nut’) en na te gaan of het betreffende project zonder die subsidie niet zou kunnen worden uitgevoerd (‘noodzaak’). Het fonds heeft daarbij een bepaalde mate van beleidsvrijheid en de minister mag ten aanzien van dat beleid ook voorschriften stellen, maar die beleidsvrijheid reikt niet zo ver dat geheel afgezien zou kunnen worden van voormelde toetsing. Daarbij geldt bovendien dat beleidsregels uiterlijk op 1 december van het voorafgaande jaar dienen te zijn vastgesteld, zodat de minister voor 2008 sowieso te laat is om beleidsaanpassingen voor te schrijven.

De minister presenteert de Kamer vooralsnog niet meer dan bestaande regelgeving. Zij had er beter aan gedaan om in overleg te blijven over de uitwerking van het akkoord. Nu ontstaat een patstelling waarvan de wijken waar het uiteindelijk om draait, de dupe dreigen te worden. En de in het vooruitzicht gestelde heffingswet zal de corporaties zeker niet toeschietelijker maken.

Dit artikel is een ingekorte versie van een ongepubliceerd artikel dat u hier als PDF aantreft.

Stan Baggen