Vereniging van Eigenaren: belanghebbende in het bestuursrecht?
Amma Grapperhaus

Een VvE keerde zich tegen een bouwvergunning ten behoeve van een horecaonderneming. B&W hadden de bouwvergunning verleend met een vrijstelling op grond van artikel 19 van de Wet op de ruimtelijke ordening.De VvE diende een bezwaarschrift in bij B&W en verzocht om schorsing van de bouwvergunning annex vrijstelling. Op de zitting pleitte de vergunninghouder voor niet ontvankelijkheid van de VvE. De VvE kon volgens haar niet als belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht worden aangemerkt. En om toegang te hebben tot de bestuursrechter moet men ‘belanghebbende’ zijn.

Wanneer ben je belanghebbende?
Artikel 1:2, eerste lid, van de Awb definieert als belanghebbende:”degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.”
Ten aanzien van rechtspersonen – en een VvE is een rechtspersoon – worden als hun belangen beschouwd “de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen”, zo luidt het derde lid van dit artikel.

De horecaondernemer betoogde dat de belangen waarvoor de VvE opkwam niet los gezien kunnen worden van de belangen van de individuele leden. Om die reden zou de VvE niet in haar bezwaar en evenmin in haar verzoek om schorsing kunnen worden ontvangen.

De Voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam was het niet met de horecaondernemer eens en ontving de VvE gewoon in haar verzoek tot schorsing en behandelde dat verzoek dus ook inhoudelijk.
B&W echter verklaarden de VvE niet ontvankelijk in haar bezwaarschrift en zetten het oordeel van de Voorzieningenrechter daarmee opzij. Tot genoegen van de horecaondernemer, omdat er nu niet inhoudelijk op het bezwaarschrift hoefde te worden ingegaan.
Onterecht. De Afdeling bestuursrechtspraak, de hoogste rechter in deze kwesties, oordeelde op 14 maart 2007 (procedurenummer 200603906) in een andere zaak het tegendeel:
�Een belangenorganisatie die voor het belang van haar leden opkomt, komt daarmee op voor een collectief belang, tenzij het tegendeel blijkt. Blijkens het Splitsingsreglement stelt de VVE zich ten doel het behartigen van de gezamenlijke belangen van de eigenaars. Het gezamenlijke belang van haar leden waarvoor de VVE in de onderhavige procedure opkomt, is derhalve een belang dat zij, gelet op haar statutaire doelstelling in het bijzonder beoogt te behartigen. Gelet hierop en op de gevolgen die het bouwplan voor de woonomgeving van haar leden kan hebben, is het belang van de VVE rechtstreeks bij het besluit betrokken. Zij dient dan ook te worden aangemerkt als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, in samenhang met het derde lid, van de Awb bij het onderhavige besluit tot verlening van bouwvergunning.
Vervolgens beoordeelt de Afdeling het (hoger) beroep inhoudelijk.

Ook ten aanzien van een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting oordeelde de Afdeling de betrokken VvE als belanghebbende. De burgemeester, het bevoegd gezag tot verlening van deze vergunning, had de VvE niet ontvangen in bezwaar, en bestreed ook voor de rechter dat de VvE belanghebbende was.
Volgens de burgemeester kan de VVE aan artikel 5:126, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek geen eigen belang ontlenen. De Afdeling is het niet met de burgemeester eens: “Uit artikel 5:126, lid 1 van het BW, volgt dat de VVE het beheer voert over de gemeenschap. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de VVE op grond van deze beheerstaak een eigen belang heeft bij het besluit tot de verlening van een exploitatievergunning aan de seksinrichting, nu door deze verlening het beheer van de gemeenschappelijke gedeelten wordt geraakt.” Aldus de Afdeling bestuursrechtspraak op 31 januari 2007, zaaknr. 200603384.

Toch is het niet altijd zeker dat een VvE belanghebbende is bij een bestuursbesluit. Blijf op je hoede. In haar uitspraak van 25 oktober 2006 (zaaknr. 20060054) vond de Afdeling bestuursrechtspraak een VvE géén belanghebbende bij een besluit tot vestiging van een voorkeursrecht op het pand, omdat zij, anders dan de appartementseigenaren, geen eigenares of anderszins belanghebbende is bij de vervreemding van de appartementsrechten.
De Afdeling was, net als de rechtbank, van oordeel dat de VvE, anders dan ieder van de appartementseigenaren, geen belanghebbende is bij het primaire besluit. De rechtsgevolgen van dat besluit betreffen de bevoegdheid tot vervreemding. Aangezien de VvE niet de eigenaar of anderszins rechthebbende ten aanzien van appartementsrechten is, is haar betrokkenheid bij het besluit niet gelegen in de mogelijke aanwending van die bevoegdheid tot vervreemding.

Zelfs bij bouwvergunningen en vrijstellingen is het, ondanks de uitspraak van 14 maart 2007, nog steeds geraden je bewust te zijn van het belanghebbendeschap van een VvE. Want in twee uitspraken, weliswaar eerder gewezen, maar toch ook weer niet stokoud, oordeelde de Afdeling de betrokken VvE’s niet ontvankelijk.
In haar uitspraak van 18 september 2002 (zaaknr. 200201630) overwoog de Afdeling
dat in het licht van de betrokken akte van splitsing, het daarbij van toepassing verklaarde Modelreglement van januari 1992 en het huishoudelijk reglement van appellante van 27 oktober 1997, dat de VvE gestelde belangen niet zijn aan te merken als aan de statutaire doelstellingen ontleende collectieve belangen die door het besluit direct wordt of dreigt te worden aangetast, waarbij het belang los kan worden gezien van dat van individuele leden, en waarvan de behartiging de trekken dient te vertonen van behartiging van boven-individuele belangen. De aangevoerde belangen, te weten het voorkomen van een waardedaling van de appartementen en de aantasting van het woongenot, moesten volgens de Afdeling veeleer aangemerkt worden te merken als individuele belangen die de (belanghebbende) leden van de VvE gemeen hebben.
Deze opvatting herhaalde de Afdeling in haar uitspraak van 11 februari 2004 (nr. 200304063).

Wil je niet voor één gat gevangen zijn dan kan de VvE voor zichzelf opkomen én als gemachtigde voor en namens de individuele eigenaren.